Mijn favorieten

Vleermuizen

Bij ons thuis wonen vleermuizen. Zo te zien twee. Op ingenieuze maar o zo pretentieloze wijze hebben zij zich tussen de houten gevelbekleding van de schuur weten te wurmen. Wanneer de zon langzaam ondergaat schieten ze in het halfduister uit hun huis om ons van een grote hoeveelheid “ongedierte” te ontdoen. Zonder onze twee vampiertjes zou het ’s-zomers een stuk minder aangenaam zijn met al dat water en al die muggen om ons heen. Natuurlijk zouden we dan de libellen nog hebben want ook zij blijken geduchte roofdieren. Maar de combinatie van die twee maakt dat er zowel overdag als in de nacht sprake is van een heuse drive-through snackbar bij ons thuis. Nu de (meteorologische) lente is begonnen zullen de vleermuizen langzaam ontwaken uit hun winterslaap en ons weer komen vereren met een bezoek.

Ik ben me gaan oriënteren over het bijplaatsen van vleermuiskasten in de hoop ruimte te bieden aan meer vleermuizen. In (doorgaans griezelige) films leven vleermuizen in grote kolonies bij elkaar. Maar ik vroeg me af hoe dit in het echt gaat? Via de website van de zoogdierenvereniging ben ik het volgende te weten gekomen: In het voorjaar verplaatsen de vleermuizen zich naar de zomerverblijfplaatsen. De vrouwtjes vormen daar kraamkolonies. Hier worden aan het begin van de zomer de jongen geboren, meestal één per moeder. Na anderhalve maand vliegen de jongen uit en valt de kolonie uiteen.

De mannetjes daarentegen wonen in de zomer (solitair of in groepen) op een andere plaats dan de vrouwtjes. Maar nou wordt het ingewikkeld: Vleermuizen kennen ook “tussenkwartieren” waar ze slechts kort verblijven tijdens de reis van hun winter- naar zomerkolonie. Als het najaar vordert en er steeds minder insecten vliegen worden de winterverblijfplaatsen weer opgezocht. Je zou dus kunnen stellen dat vleermuizen altijd wel om woonruimte verlegen zitten.

Vorige week heb ik dan ook op meerdere plaatsen (aan de vliegroutes van “onze” vleermuizen) vleermuiskasten opgehangen. Een leuk experiment om te zien of een eventuele uitbreiding deze kasten komend jaar gaat bewonen. Ik hou u hier graag van op de hoogte.

Tot slot nog dit: sinds 1973 zijn vleermuizen aangewezen als bedreigde diersoorten. Omdat zij zelf geen woonverblijf kunnen maken, zijn zij aangewezen op bestaande ruimtes in bomen, grotten, kerken en huizen. Zowel woonboerderijen als tussenwoningen zijn gewild. Alle hulp is dus welkom. Naast de standaard-verkrijgbare houten vleermuiskasten zijn er ook inbouwkasten. Deze stenen verblijven kunnen worden ingemetseld in gevels. Een prachtige onderbreking van saai metselwerk.

En dan als allerlaatste: mocht u op de aankomende NVM Open Huizen Dag één van onze deelnemende woningen gaan bezichtigen dan is de kans groot dat u één of meerdere vleermuizen tegenkomt…het adres vertellen wij u niet, hiervoor zult u op zoektocht moeten. Alvast veel plezier toegewenst!

Als aller-allerlaatste wil ik u dit mooie gedichtje niet onthouden:

Om zo te kunnen kijken

door het donker op je gevoel

door de nacht gevaar ontwijken

zeilend zweven naar je doel.

Dat je zien kan, door dat te horen

wat je tevoren hebt gefloten voor je uit.

Die radar raadt dan met je oren

naar de echo van wat je fluit.

Met armen wijd door de straten scheren

dat is wat ik van hem leren wou

om rakelings blindelings terug te keren

op de tast

naar huis

naar jou

(Karel Eykman)

Persoonsgegevens
Contactgegevens
Opmerkingen
Persoonsgegevens
Contactgegevens
Opmerkingen